Levertransplantatie

Bij een levertransplantatie wordt de zieke lever verwijderd en vervolgens vervangen door een gezonde donorlever, die op dezelfde plaats komt te liggen in het lichaam.

In Nederland zijn er maar drie ziekenhuizen waar levertransplantaties worden gedaan. Dit zijn de universitaire medische centra van Rotterdam, Groningen en Leiden.

Wat doet de chirurg?

De chirurg is onderdeel van het multidisciplinaire behandelteam. De transplantatiechirurgen zijn verantwoordelijk voor de operatie waarbij een donorlever in het lichaam van de ontvanger wordt getransplanteerd.

Zieke lever vervangen

In alle centra worden orthotope levertransplantaties (OLTx) verricht. Orthotoop betekent dat de zieke lever wordt verwijderd en wordt vervangen door een gezonde donorlever, die op dezelfde plaats komt te liggen in het lichaam.

Zieke lever ondersteunen

Het LUMC is het enige centrum in Nederland dat auxiliaire levertransplantaties verricht. Deze operatie kan overwogen worden bij patiënten met acuut leverfalen: de lever functioneert ineens niet meer. Hierbij wordt de donorlever (of een deel ervan) naast de eigen lever geplaatst, zodat iemand tijdelijk twee levers heeft. Op die manier is het voor de eigen zieke lever mogelijk om te herstellen. Als de eigen lever na verloop van tijd weer hersteld is, verschrompelt de donorlever of hij wordt verwijderd.

Meer weten? Lees alles over levertransplantaties in onze patiëntenfolders: 1. De screeningsperiode 2. De wachtlijstperiode en de transplantatie 3. De periode na de transplantatie

Onderzoek en de laatste ontwikkelingen

De techniek staat niet stil. Vanaf de eerste levertransplantatie in 1966 leren artsen en wetenschappers iedere dag weer bij. Zo zijn er nu splitlevertransplantaties waarbij de donorlever wordt gesplitst en twee patiënten een nieuwe lever kunnen krijgen. Ook is in Leiden een procedure ontwikkeld om de bij de auxillaire levertransplantatie gebruikte hulplever te verwijderen en te gebruiken voor een volgende persoon.

Er is in Nederland een groot tekort aan geschikte donororganen. Om zo min mogelijk beschikbare organen verloren te laten gaan, doet het LUMC veel onderzoek naar een zogenaamde Donor Risk Index (DRI). Een DRI geeft aan welke risico’s je bij transplantatie hebt en hoe je deze organen het beste kunt gebruiken om alle beschikbare organen zo goed mogelijk te kunnen transplanteren.

Het duurt nog tientallen jaren voordat donoren niet meer nodig zijn. Onderzoek naar stamcellen (dat ook in het LUMC plaatsvindt) moet uiteindelijk donoren overbodig maken. Maar tot die tijd blijft het tekort aan donoren een ernstig probleem.

 

 

Sitemap