Veilig op de operatiekamer

Veilig op de operatiekamer

Drs. Peter van Luijt, traumachirurg en deskundige op het gebied van opvang en veiligheid van traumapatiënten in het LUMC, vertelt welke veiligheidscontroles er zijn, en wat u zelf kunt bijdragen aan een veilige operatie.

Om de risico’s van uw ingreep zo klein mogelijk te maken, worden er vanaf het moment dat er sprake is van een operatie verschillende controlemomenten ingelast. Deze controles worden door het medisch team ook wel ‘stopmomenten’ genoemd.

Wat zijn stopmomenten?

Stopmomenten zijn nauwkeurige controles van de patiënt en van het medisch team zelf. Door middel van uitgebreide vragenlijsten en checklists wordt er al voor de operatie begonnen met het inschatten van het operatierisico. Pas als een checklist helemaal is afgerond, kunt u door naar de volgende fase. Zo kan het dus gebeuren dat het risico voor u te hoog is en u niet (meteen) geopereerd kunt worden.

Het consult op de polikliniek

Als u geopereerd moet worden, start u met een afspraak met de chirurg in de polikliniek. De chirurg onderzoekt u lichamelijk en controleert of alle gegevens in uw dossier compleet zijn. Van Luijt: “Soms blijkt tijdens het gesprek dat een patiënt bijvoorbeeld een hartprobleem heeft. We gaan dan pas verder met de procedure nadat de patiënt door een cardioloog is gezien. Anders zouden we de veiligheid van de patiënt niet kunnen garanderen. Nog een voorbeeld: van patiënten met suikerziekte weten we dat wonden veel trager genezen. En van mensen die roken weten we dat botbreuken er langer over doen om te herstellen. Dit soort informatie is dus essentieel voor ons, omdat we dan extra voorzorgsmaatregelen moeten nemen.”

De preoperatieve screening door de anesthesist

Om het narcoserisico in te kunnen schatten, heeft u een intakegesprek met de anesthesist. Deze stelt u een hele lijst vragen: welke medicijnen gebruikt u, wat zijn uw leefgewoontes (alcohol, roken, drugs), hoe is uw algemene gesteldheid, zijn er nog andere problemen? De anesthesist stelt  u deze vragen om een mogelijk verhoogd anesthesierisico op te sporen. Bij een verhoogd risico worden er maatregelen  genomen om dit risico zo klein mogelijk te maken.

De opname

Op de dag dat u wordt opgenomen voor uw operatie, krijgt u op de afdeling opnieuw een hele vragenlijst: zijn er in de tussentijd misschien dingen in uw situatie veranderd, gebruikt u nieuwe medicijnen, bent u ziek geweest? U krijgt een polsbandje om met daarop uw gegevens en er wordt een pijl getekend op het lichaamsdeel waaraan u geopereerd wordt. Van Luijt: “We doen er alles aan om fouten of verwarring te voorkomen. We vragen de patiënt wel 5 keer naar zijn naam, geboortedatum en waarom hij hier is. We doen dat niet omdat we vergeetachtig zijn maar omdat we echt zeker willen weten dat we de juiste ingreep gaan doen bij de juiste persoon”.

De operatiekamer

Eenmaal in de operatiekamer volgt er de zogenaamde ‘wakkere briefing’. Terwijl u nog wakker bent worden de volgende punten voor de laatste keer doorgenomen: wie bent u, wie gaat u opereren, wie van het team doet wat, kent iedereen uit het team elkaar? Om welke operatie gaat het, doet alle apparatuur het en zijn alle materialen er? Van Luijt: “Dit laatste stopmoment vlak voordat de patiënt onder narcose gaat, doen we om onszelf en de apparatuur te controleren maar ook om volledig transparant te zijn.”

De operatie

Aan het eind van de operatie, voordat de wond gesloten wordt, is er opnieuw een stopmoment. Het team checkt of alles goed is gegaan, of alle gazen/naalden/instrumenten er zijn en of er nog bijzonderheden zijn opgetreden. Pas na deze controle wordt de wond gehecht.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Daar komt u bij uit de narcose en wordt u goed in de gaten gehouden. Door middel van checklists wordt gekeken of u goed genoeg bent om naar de afdeling te gaan. Het streven is bij veel patiënten om dezelfde dag nog naar huis te kunnen gaan. Uiteraard moet bij grotere ingrepen de patiënt langer dan een dag in het ziekenhuis blijven.

Van Luijt: “Voorwaarden om naar huis te gaan zijn: de patiënt moet goed wakker zijn, moet kunnen lopen, moet zelf kunnen eten drinken, naar wc kunnen en de pijn moet onder controle zijn. We geven de patiënt uitgebreide instructies mee voor thuis. Bijvoorbeeld welke medicijnen hij moet nemen en of hij wel of niet mag lopen. Binnen 1 a 3 weken zien we de patiënt dan weer terug voor controle.”

Wat kunt u zelf doen?

Dit is wat u zelf kunt doen aan uw veiligheid tijdens de operatie:

  • Wees duidelijk over uw klacht
  • Geef eerlijk antwoord op alle vragen die aan u gesteld worden
  • Wees volledig transparant over uw leefgewoontes, medicijngebruik en gezondheid
« Terug
Sitemap